Ik heb de wereld die ik zie bedacht. Ik heb de gevangenis verzonnen waarin ik mezelf zie. Ik hoef dit slechts in te zien en ik ben vrij. Ik heb mezelf misleid in het geloof dat het mogelijk is de Zoon van God gevangen te zetten. Ik heb mij pijnlijk vergist in dit geloof, dat ik niet langer wil. Ik ben zoals God mij heeft geschapen en niet wat ik van hem wil maken.